Langzaam met aandacht
Mijn 87-jarige vader loopt een paar meter voor me. Langzaam. Met aandacht. De tijd nemend om zijn evenwicht te bewaren. Elke paar minuten moet hij even stoppen om op adem te komen. Zijn astma speelt hem parten bij de vele trappen op en af. Het valt me nu extra op dat hij oud begint te worden.
—
We zijn in Italië en zijn op weg naar een restaurant met een terras met een fenomenaal uitzicht. We zijn wat laat voor de lunch, waardoor er genoeg plek is. De zon schijnt over de heuvels. Beneden in de keuken hoor je het gerammel van bestek en glazen. Van die geluiden die meteen vertragen, zonder dat je precies weet waarom.
We zeggen niet veel. Ik kan met mijn vader heel goed stil zijn. En juist dat raakt me nu.
Mijn moeder is kort geleden overleden. Mijn vader heeft lang voor haar gezorgd. Al zijn aandacht ging naar haar en niet naar zichzelf. Hij is moe. Een paar weken geleden vroeg ik hem, nadat hij weer wat opgeknapt is van een longontsteking, of hij met mij mee wil naar Italië. Voor rust, herstel, de zinnen te verzetten, en om van kunst, geschiedenis en lekker eten te genieten. Ik gun het hem zo. Hij stemt toe.
Sinds mijn moeder is overleden, kijk ik weer anders naar tijd en aandacht. Niet groot of spectaculair. Juist klein. Echte aandacht. Niet multitasken. De aandacht van: Ik ben hier. Nu even helemaal. Voor de ander. Voor mezelf. Voor dit moment.
We wandelen zonder haast. Niet het lijstje afrennen met de-10-dingen-die-je-echt-moet-zien. Maar gewoon één of twee mooie kerkjes op een dag. En alle andere ongetwijfeld ook mooie dingen links laten liggen. Geen FOMO. Samen koffie drinken zonder telefoon op tafel. Stil zijn. Iemand écht aankijken wanneer hij praat.
We leven in een tijd waarin bijna iedereen bereikbaar is, maar weinig mensen zich werkelijk gezien voelen. Aandacht is versnipperd geraakt. We praten, luisteren, rusten en leven altijd met een deel van ons hoofd ergens anders.
Ik denk dat we onderschatten hoeveel liefde er zit in simpele aanwezigheid.
En misschien is dat waarom zoveel mensen verlangen naar rust. Niet alleen omdat ze moe zijn. Maar omdat ze verlangen naar een leven waarin ze weer helemaal aanwezig kunnen zijn.
Daarom is wandelen zo fijn. Wandelen brengt je terug naar een natuurlijk tempo. Niet het tempo van deadlines. Niet het tempo van meldingen. Maar het tempo van ademhaling. Van kijken. Van voelen.
Tijdens wandelingen ontstaan daarom vaak de echte gesprekken. Niet recht tegenover elkaar aan tafel, maar naast elkaar, terwijl de weg langzaam onder je voeten verdwijnt. Je hoeft niet te presteren tijdens het lopen. Je hoeft geen perfecte antwoorden te geven. Geen haast. Alleen beweging. En ruimte. Niet omdat alles opgelost wordt, maar omdat aandacht eindelijk weer ruimte krijgt.
Misschien is dat ook waar we het meest naar verlangen. Niet een ander leven, maar meer aanwezigheid in het leven dat we al hebben. Meer momenten waarop we niet alvast ergens anders zijn met onze gedachten. Meer gesprekken zonder haast. Meer wandelen zonder doel. Meer stilte die niet meteen opgevuld hoeft te worden. Meer aandacht. Want uiteindelijk herinneren we ons zelden de drukte.
We herinneren ons de momenten waarop iemand écht aanwezig was.
Wil jij meer rust, meer tijd, meer ruimte, meer stilte, meer aandacht en meer richting?